Nilgün Yerli bood Geert Wilders bloemen aan

Nilgün Yerli is schrijfster en cabaretière. Vorig jaar probeerde ze Geert Wilders op andere, liefdevollere gedachten over de islam te brengen door hem namens ongeruste burgers te trakteren op een enorme hoeveelheid bloemen. Wilders nam de boeketten niet aan.

Nilgüns theatervoorstelling ’De adem van Eva’ is nog tot 8 mei in de theaters te zien.

I – Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

„De wereld is mijn land, de mensheid is mijn familie en de liefde is mijn religie. Liefde is niet alleen: kijk mij eens, met mijn grote hart. Het is ook de zon die in de zee verdwijnt, de maan, het zijn de sterren. Het zijn de ongrijpbare natuurverschijnselen die je diep van binnen doen beseffen dat God bestaat.

Mijn ouders waren moslim, maar er werd bij ons thuis niet gebeden en zelden over Allah gesproken. Mijn moeder was iemand die oneindig liefhad. Alles was liefde voor haar. De enige die erbij inschoot, was zij zelf. ’God zit in je hart’, heeft ze ooit gezegd. Ik zei: ’Maar in mijn hart is liefde.’ ’Dat is het’, antwoordde ze, ’God en liefde, die zijn altijd samen.’ Ze stierf toen ik vijftien was. Vanaf dat moment begon ik pas werkelijk in God te geloven omdat ik voelde dat zij bij me was, hier, in mijn hart. Ik bid iedere nacht voor het slapengaan. Zo blijft mijn moeder bij me. Zo houd ik de liefde vast. Zo blijf ik in God geloven.”

II – Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

„Op een avond, toen Noyan – mijn man – en ik elkaar net hadden ontmoet, riep ik: ’Luister! Dat is mijn lievelingsliedje.’ En een half uur later: ’Hee, hoor je dat? Is mijn lievelingsliedje!’ Na een tijdje zei Noyan: ’Eh, Nil, dit is nu het twaalfde lievelingsliedje op één avond.’ ’Ja, dat weet ik, maar ze zijn het allemaal.’

Zo ervaar ik het leven ook. Ik heb nooit één persoon aanbeden – maar ook niet op iemand neergekeken. Ik wil dat we elkaars gelijken zijn. We hebben dezelfde eindbestemming: de dood. En we beginnen allemaal op dezelfde plaats: in moeders buik.

Voor mij ligt de kern waarschijnlijk in dit verhaal: toen ik op mijn tiende naar Nederland kwam, lukte het mij niet om vriendjes of vriendinnetjes te krijgen. Ik was dat rare Turkse meisje. Bij ons thuis zou het dus vast een vieze bedoening zijn

Op 11 november besloot ik alle kinderen uit mijn klas voor mijn verjaardag uit te nodigen. Mijn moeder had taartjes gemaakt, het huis was versierd. De uren tikten weg. Niemand kwam. Ik zat boven op mijn kamer verdrietig te zijn, toen mijn moeder ineens riep: ’Nilgün! Kom snel, er staan allemaal kinderen voor de deur!’ Ik holde naar beneden, ik deed open en hoorde de kinderen zingen: ’Sinte Sinte Maarten! De koeien hebben staarten’

Het werd mijn grootste angst: niet welkom te zijn, geen aansluiting te vinden. Angsten zijn er om overwonnen te worden. Ik nam duikles om mijn claustrofobie te lijf te gaan. Ik vloog om mijn vliegangst de baas te worden. Ik ging op het podium staan om te laten zien dat ik er wél toe deed. Het heeft een lange tijd iets krampachtigs gehad: heb me lief, heb me lief. Moeder dood, vader dood: er is niemand meer die van mij houdt. Er is zelfs een periode in mijn leven geweest dat ik dacht: als ik nu sterf, zal het weken duren voordat iemand op het idee komt dat er misschien iets aan de hand is. Ik had maar niet in de gaten dat ik de liefde, de moeder die ik miste, in anderen zocht. Ik zocht overal. Behalve bij mezelf.

De dag waarop mijn zoon Leon werd geboren, deed ik een ontzagwekkende ontdekking. Ik begreep dat ik zélf die ultieme liefde bezat, een liefde die je onmogelijk bij een ander kunt vinden. Ik wil nog altijd delen – iedereen is welkom op mijn feest – maar als je niet komt, is het ook goed. Van het idee dat ik pas bestaansrecht heb als een ander van mij houdt, ben ik voorgoed genezen.”

III – Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

„Ik geloof in vrijheid van meningsuiting, maar ik wil niemand kwetsen. Misschien is het waar, misschien is de islam een oud gebouw waar het nodige aan kan worden opgeknapt. Ik ben voor restauratie, beetje bij beetje, van binnenuit. Mensen als Geert Wilders blazen de boel liever in één keer op. Hij trapt wild om zich heen en verbaast zich erover dat hij wordt gebeten. Als Geert iets wil bereiken, moet hij een andere toon aanslaan. Ik weet zeker dat je met welke imam, in welke moskee dan ook, in gesprek kunt gaan, maar je moet wel willen. Je moet elkaar willen ontmoeten.

Ik ben vorig jaar een actie begonnen: ’Liefde beGeert Wilders’. Ik heb mensen opgeroepen bloemen en brieven te sturen – een vertederingsoffensief – maar hij is er niet op ingegaan. Er werd lacherig over gedaan. Soft gedoe. Schreeuwen en schoppen is de norm. Verharding is lef. Zo hebben we de maatschappij gekregen die we verdienen. En tóch blijf ik het met liefde proberen. Ik zou geen betere manier weten om tot een oplossing te komen.”

IV – Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

„Voor mij is elke dag een dag van bezinning. Dit ga je raar vinden, maar ik zeg het toch: als ik ’s ochtends wakker word, gooi ik het raam open en zeg ik de bomen in mijn tuin gedag. Je kunt praten met de zon, je kunt de sterren plukken. Luister naar de wind, hoor de bladeren ritselen. Ik weet precies wanneer ik me diep ongelukkig voel: als ik de lavendel niet meer kan ruiken, als mijn blik vertroebeld is. We moeten één zijn met de natuur, ervoor openstaan. Wanneer voel je je het prettigst? Als de lucht is geklaard.”

V – Eer uw vader en uw moeder

„Mijn moeder is de sleutel. Ze heeft, zelfs onder de meest erbarmelijke omstandigheden, de liefde niet opgegeven. Liefde maakte haar sterk. Maar, ik zei het je eerder: ze heeft zichzelf niet liefgehad. Avontuurtjes, minnaressen over de vloer: ze accepteerde alles van mijn vader.

Ik heb steeds gedacht dat ik het meest op haar leek, maar ik ben tot de ontdekking gekomen dat ik mijn vader én mijn moeder ben. In mijn voorstelling ’Vreemde vreemdgangers’ zing ik: ’Ik ben de spijker en de hamer, ik ben het slachtoffer en de dader. Ik smeek en krijg niets, net als zij. Ik zoek en ik vind niets, net als hij.’ Mijn moeder is emotie, overvloed; zoals de plas wijn, uit een omgestoten glas die steeds groter wordt. Mijn vader is het doekje dat de boel snel bij elkaar veegt. De boel relativeren. Tak, tak, tak, klaar. Zo was hij.

Weet je wat zo maf is? Ik ben pas na zijn dood van hem gaan houden. Echt van hem gaan houden, bedoel ik. Als klein meisje onderhield ik een cacaoliefde met hem; hij nam iedere dag, uit zijn werk, een chocoladereep voor mij mee. En hij zag erop toe dat ik elke dag drie uur Turkse les kreeg. Dat was het. Hij heeft vast van mij gehouden, maar ik heb er nooit iets van gemerkt. Hij stierf tien jaar na mijn moeder. Na haar dood hadden we nog nauwelijks contact. Ik hoopte steeds dat het goed ging komen, maar het is niet gebeurd. Toen hij stierf was ik niet verdrietig om zijn dood maar om het feit dat ook die mogelijkheid was gestorven; dat er niets meer was om naar te verlangen.

Ik ging naar Turkije om afscheid van hem te nemen. Hij lag in het mortuarium, met zo’n kaartje aan zijn teen. Zijn ogen en zijn mond stonden open. En ik zag voor het eerst dat ik zijn gebit had, zijn neus, de vorm van zijn ogen. We hadden zelfs dezelfde voeten. O God, wat leek ik op die man ik werd er zo verdrietig van. Waarom had ik dit niet eerder ontdekt? Ik kwam bij zijn huis. Daar stonden zijn schoenen voor de deur. Ik vroeg iemand wat het te betekenen had. ’Het zijn de laatste schoenen die je vader droeg’, zei die man, ’ze zijn nog warm. Misschien dat een andere, levende ziel er iets aan heeft. Zo verricht de gestorvene zijn laatste goede daad op aarde en kan in vrede verdergaan.’ Ik vond het zó’n prachtige gedachte. Ik heb wel een uur bij die schoenen staan huilen. Van verdriet, van ontroering.

En ik heb daar, ter plekke, een voorstelling voor mijn vader bedacht: ’Held op blote voeten’. Toen ik er met mijn regisseur, Titus Tiel Groenestege, aan werkte, vertelde ik hem over het mortuarium en dat ik er achteraf zo’n spijt van had dat ik mijn vaders ogen niet had dichtgedaan. Hij zei: ’Ik beloof je, dat ga je alsnog doen.’ Hij bedacht een groot scherm waarop een foto van mijn vader te zien was. Aan het einde van de voorstelling maakte ik een beweging waarna, dankzij een prachtige truc, mijn vaders ogen zich sloten. Daarna deed ik mijn schoenen uit en verliet ik het podium. Een lamp verlichtte nog even de schoenen en vervolgens werd het donker. Einde. Elke avond ging er een rilling door de zaal. En elke avond dacht ik: hij is er. Hij ziet me. Het is toch nog goed gekomen.”

VI – Gij zult niet doodslaan

„Ik volgde trainingen op de filmacademie in New York. Grappig idee: dat de Rus Stanislavski Amerikanen heeft geleerd hoe ze moeten acteren. Acting is being, schreef Stanislavski. Op een middag kreeg ik de opdracht een moordenaar te spelen. ’Ga naar de moordenaar in jezelf’, zei de docent. Toen ik dat de eerste keer hoorde, vond ik het raar. Een moordenaar, ik? Maar het is waar: je hebt álles in je. Een zielige vrouw, een gruwelijke moordenaar, een onschuldig kind. We zijn een soort cake. Melk, meel, eieren, suiker, vanille-essence: alle ingrediënten zijn aanwezig. Het is maar net wat je ervan bakt.”

VII – Gij zult niet echtbreken

„Mijn moeder zei: ’Een vrouw die accepteert dat ze wordt belazerd, belazert in ieder geval zichzelf niet.’ Zij had het, op een of andere manier, voor zichzelf geaccepteerd, maar door de manier waarop mijn ouders hun huwelijk beleefden, heb ik altijd gedacht dat ik er zelf maar beter niet aan kon beginnen. Als iemand het over trouwen had, hoorde ik altijd het woord ’rouwen’. Je trouwt en vervolgens gaat het verlangen dan dood.

Noyan vroeg me ten huwelijk en ik zei ’ja’. Ik dacht: jij bent de ware, voor nu. Later bleek dat hij precies zo dacht over mij. Tegen de bruiloftsgasten zeiden we: ’We hopen jullie op ons eerste jubileum terug te zien en anders is iedereen welkom op het grote scheidingsfeest.’ Dat vonden ze, geloof ik, een beetje raar. Maar zo is het toch? Je weet nooit hoe het loopt. Een oude vriend, die als een vader voor mij is, begreep precies wat ik bedoelde. Hij zei tijdens zijn speech: ’Just married, just wonderful, just wait.’ Nu zijn we zeven jaar verder en mijn huwelijk zit in een dalletje. In mijn voorstelling ’De adem van Eva’ pleit ik voor het invoeren van een Nationale Vreemdgaandag. Volgens mij kan die op 5 mei gevierd worden, het zou tenslotte toch een soort bevrijding moeten betekenen. Het is een grap, maar ik denk er ook wel ernstig over na. Is het verlangen dood? Ik heb het niet over seks – seks is overgewaardeerd, een orgasme kun je nog altijd zelf organiseren – maar over bewondering. Het is zo gewoon geworden tussen ons. Hoe krijgen we dat gevoel weer terug? Is zoiets wel terug te krijgen?

Het is misschien wel de onrust van mijn vader. Hij ging van de ene vrouw naar de andere. Hij had een thuishaven, maar moest steeds opnieuw uit varen gaan, eilanden ontdekken. Ik weet nog precies wanneer ik erachter kwam dat ik die verlangens ook kende. Ik woonde vijf jaar samen met een jongen, en ik prees mezelf gelukkig dat ik niet was zoals mijn vader, tot ik op een dag merkte dat die jongen mijn broer was geworden. Ik dacht: ja, hallo, ik wil mijn leven toch niet slijten met mijn broer? Hup, naar een ander eiland! Als ik ouder ben, word ik vanzelf wel rustiger.

Nu ben ik veertig en word ik door hetzelfde gevoel overvallen. Ben ik iemand die om de tien jaar van man moet wisselen? Ik weet het niet. En Noyan weet het ook niet. Dat maakt deze fase heel bijzonder: we zijn elkaars beste maatjes en we zoeken samen naar een oplossing.”

VIII – Gij zult niet stelen

„Oké, de grap over de man die zegt dat hij voor het laatst in een vrouw is geweest toen hij het Vrijheidsbeeld van New York bezocht, is inderdaad van Woody Allen je hebt helemaal gelijk. Maar in eerdere voorstellingen, toen jij er níet bij was, heb ik zijn naam steeds genoemd. Eerlijk waar. Tot de regisseur zei: ’Je stapt uit je rol als je ineens over Woody Allen begint.’ Daarom zeg ik het niet meer. Maar bij deze, nog eens: die grap is niet van mij. Ik adoreer Woody Allen, ik herken zijn geest, ik bewonder zijn werk; ik heb nooit iets van hem willen pikken.”

IX – Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

„De waarheid is kostbaar. Soms is liegen de enige manier om hem te bewaren.”

X – Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

„Zal ik je eens wat zeggen? O, je weet het al Maar het is echt zo: jaloezie is een emotie die ik niet ken. Volgens mij heeft het ook geen zin om iets te begeren wat van een ander is. Je krijgt wat je toekomt. Ik geloof in magie, ik geloof in energie, maar ik geloof bovenal dat alles gebeurt waar je heilig in gelooft.

Toekomstvoorspellingen? Nee, daar doe ik niet meer aan. Ik moet je iets vertellen. Mijn moeder was daar erg mee bezig: koffiedik kijken, tarotkaarten lezen en dat soort dingen. Op een dag, in 1986, waren we in Istanbul. Mijn vader, mijn moeder, mijn broer, mijn zus en ik. We zaten op een terras en er kwam een zigeunerin langs die de toekomst wilde voorspellen. Mijn vader hield er niet van en stuurde haar weg, maar mijn moeder riep de vrouw terug.

Ze gooide een zak leeg op tafel en begon aan de hand van allerlei voorwerpen de toekomst te lezen. Plotseling hield ze op, graaide haar spullen bij elkaar en zei: ’Dit ga ik niet doen.’ Ze stond op. Mijn moeder wilde haar tegenhouden, maar mijn vader zei dat het een verkooptrucje was. Mijn moeder trok zich niets van hem aan en vroeg de zigeunerin of ze het toch nog eens wilde proberen. Voor een tweede keer strooide de vrouw de inhoud van haar zak over tafel uit en wéér weigerde ze te vertellen wat ze zag. Toen zei mijn broer: ’Voorspel mijn toekomst dan maar.’ ’Ben je getrouwd?’, vroeg de zigeunerin. ’Nee’, loog mijn broer en knipoogde naar ons. Een goede waarzegger moest toch weten dat hij loog? De vrouw zei: ’Het spijt me, ook bij jou zie ik een groot ongeluk. Ik had het niet willen zeggen, maar deze familie staat iets verschrikkelijks te wachten. Aan het einde van die gebeurtenis krijg jij een trouwring, maar het is geen ring van geluk, het is een ring van tranen.’ Daarna raapte ze haar boeltje bij elkaar en stond op. Mijn vader wilde haar betalen, maar ze zei: ’Ik hoef geen geld, jullie zullen al genoeg verliezen.’ Ze liet ons verbijsterd achter.

Twee weken later kregen mijn ouders een auto-ongeluk. Mijn moeder was op slag dood. Mijn vader kwam in een coma terecht. Toen mijn broer in het ziekenhuis aankwam, kreeg hij van de verpleegster die mijn moeder had afgelegd, de trouwring in zijn handen gedrukt

Het raakt me. Nu weer. Maar het paradoxale is dat de dood van mijn moeder niet alleen de pijnlijkste, maar ook, hoe zal ik het zeggen, de mooiste gebeurtenis van mijn leven is. Zonder haar – maar eigenlijk: met haar, omdat ik voortdurend het gevoel heb dat ze mij steunt – was ik nooit geworden wie ik nu ben. Dit had ik je op mijn vijftiende natuurlijk niet kunnen zeggen, maar nu ben ik zo ver. Het voelt goed. En alles wat ik voel, is waar.”

Bron: Trouw, door Arjan Visser

Lees ook:21 december komt eraan.. vrouw (55) compleet hysterisch
Lees ook:Turkse vrouw moet echtgenoot smartengeld betalen na overspel
Lees ook:Tweeling Turkije blijkt van verschillende vaders
Lees ook:Leerdammer schrijft kinderen stiekem in op Turkse school
Lees ook:Kunstenares bedrijft liefde tijdens optreden Istanbul

Geen reacties // Reageer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>